picture_hobo

 

Geluidsfragmant:

Familie:

Houtblazers

Materiaal:

hout

Lengte:

60 cm

Toonomvang:

2,5 oktaven

Speler:

hoboïst(e)

Types:

hobo, hobo d’amore, althobo of Engelse hoorn

De hobo is de kleinste van de dubbleriet-instrumenten. De klankbuis is conisch (aan het ene uiteinde breder dan aan het andere) en de beker is trechtervormig. Het mondstuk bestaat alleen uit een dubbelgebogen stuk riet (vandaar de naam dubbelriet-instrument). Door krachtig lucht door het riet te persen breng je het riet in trilling en ontstaat de toon. Kleppen en toongaten, die afgesloten of open gelaten worden, zorgen voor verschillende toonhoogten. De klank van de hobo is doordringend en nasaal.
De hoboïst geeft de toon (de noot la) aan bij het stemmen van het orkest.

riethobo

het dubbelriet van de hobo

  

kleppenhobo

de kleppen en toongaten

 

De Engelse hoorn of Althobo

Engelse hoorn

“Engelse hoorn” is een zeer rare en slecht gekozen naam voor een houten blaasinstrument. Het doet immers onmiddellijk denken aan een hoorn die van koper is. Het is eigenlijk een verkeerde vertaling van de Franse term “Corps Anglè” wat “gebogen lichaam” betekent . In uitspraak hoor je bijna geen verschil met “cor anglais” waardoor het instrument deze naam gekregen heeft.

De Engelse hoorn of althobo heeft een bolvormige, uitstulpende beker. Door die rare beker krijgt het instrument een warme, rijke toon.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.